Aandacht: patiëntenstop infuustherapieën Lidocaïne en Ketamine. Meer informatie

CRPS - Complex Regionaal Pijnsyndroom


Definitie

Het Complex Regionaal Pijnsyndroom(CRPS) is een aandoening waarbij je langdurige, hevige pijn hebt in een arm, been, hand of voet. Die pijn is veel sterker dan je zou verwachten, zelfs als de oorspronkelijke oorzaak — zoals een kneuzing, breuk of operatie — eigenlijk al genezen zou moeten zijn.

De pijn blijft in een groter gebied zitten (niet precies in één zenuw of op één plaats) en gaat vaak samen met andere klachten, zoals:

  • Overgevoeligheid voor aanraking of temperatuur
  • Zwelling of kleurverandering van de huid
  • Veranderingen in temperatuur van het getroffen lichaamsdeel
  • Stijfheid of moeite met bewegen
  • Veranderingen in zweetproductie of haargroei

CRPS kan in de loop van de tijd veranderen: soms worden klachten beter, soms wisselen ze, en soms blijven ze langer aanwezig.

Er worden twee types onderscheiden: bij CRPS type I is er geen sprake van een zenuwletsel, bij CRPS type II is er wel sprake van een zenuwletsel.

CRPS heeft in het verleden verschillende andere benamingen gehad, waaronder het syndroom van Sudeck het bekendste is.


Ontstaan

CRPS ontwikkelt zich meestal na een letsel, de meest voorkomende uitlokkende gebeurtenissen zijn:

  • fracturen
  • ingrepen
  • verpletteringsletsels
  • verstuikingen

Soms gebeurt het dat CRPS spontaan ontstaat. CRPS ontstaat bijna steeds ter hoogte van de bovenste ledematen (polsen en handen) of de onderste ledematen (enkels en voeten).

Vrouwen worden vaker getroffen dan mannen. CRPS ontstaat het vaakst tussen de leeftijd van 50 en 70 jaar. De aandoening is vaak erfelijk. Psychosociale factoren kunnen ook een rol spelen: patiënten met bestaande angst- en stemmingsstoornissen zullen makkelijker CRPS ontwikkelen.


Symptomen

CRPS kan volgende symptomen veroorzaken:

Sensorische symptomen:

  • brandende pijn
  • allodynie (pijn bij normaal aanraken van de huid)
  • hyperalgesie (een lichte pijnlijke stimulus wordt als heel pijnlijk aangevoeld)

Autonome symptomen:

  • zwelling
  • veranderingen in huidskleur en -temperatuur
  • zweten
  • broze of snelgroeiende nagels
  • verandering in haargroei

Motorische symptomen:

  • spierafname
  • stijve gewrichten

Diagnose

De diagnose wordt gesteld aan de hand van de Boedapest Criteria.
Hierbij moeten alle onderstaande punten aanwezig moeten zijn.

1. Je hebt voortdurende pijn die sterker is dan verwacht

  • De pijn past niet bij het oorspronkelijke letsel of duurt veel langer dan normaal.

2. Je moet minstens één klacht hebben in 3 van deze 4 categorieën

  • Gevoel (sensorisch): Je bent overgevoelig voor aanraking of pijn, of dingen die normaal geen pijn doen, doen nu wel pijn.
  • Bloedvaten / huidskleur (vasomotorisch): Je merkt dat het getroffen lichaamsdeel warmer of kouder is dan de andere kant, of dat de huid van kleur verandert.
  • Zweten / vocht (sudomotorisch): Je hebt zwelling, of je zweet meer of minder dan normaal aan die kant.
  • Beweging / huid- en nagelveranderingen (motorisch/trofisch): Je hebt minder beweeglijkheid, zwakte, trillingen, of veranderingen in huid, haar of nagels.

3. De arts moet minstens één zichtbaar teken vinden in 2 van deze 4 categorieën

  • Gevoel: Je reageert sterker op pijnprikkels of hebt pijn bij lichte aanraking of beweging.
  • Bloedvaten / huidskleur: De arts ziet temperatuurverschil van meer dan 1°C of duidelijke kleurveranderingen.
  • Zweten / vocht: Er is zichtbaar oedeem (zwelling) of verschil in zweetproductie.
  • Beweging / huid- en nagelveranderingen: De arts ziet dat je minder goed kan bewegen, of dat er veranderingen zijn in huid, haar of nagels.

4. Er mag geen andere aandoening zijn die de klachten beter verklaart

  • Als een andere diagnose beter past, dan is het geen CRPS.

Ziekteproces

CRPS ontstaat niet door één enkel probleem, maar door een combinatie van factoren in het lichaam die elkaar beïnvloeden.

Wat speelt er mee?

  • Het immuunsysteem kan overactief worden en ontstekingsreacties veroorzaken die de pijn versterken.
  • Het zenuwstelsel kan gevoeliger worden, waardoor normale prikkels (zoals aanraking of temperatuur) als pijnlijk worden ervaren.
  • Het autonome zenuwstelsel (dat onder andere temperatuur, bloeddoorstroming en zweten regelt) kan ontregeld raken.
  • Sommige mensen hebben mogelijk een erfelijke gevoeligheid waardoor ze sneller CRPS ontwikkelen.

CRPS is dus geen “simpele” pijnklacht. Het is een aandoening waarbij meerdere systemen in het lichaam tegelijk ontregeld raken, waardoor pijn en andere symptomen blijven bestaan of verergeren, zelfs nadat het oorspronkelijke letsel genezen is.

CRPS verloopt vaak in twee verschillende fasen, die elk hun eigen klachten hebben.

De “warme” fase (de beginfase)

Dit is de eerste periode na het ontstaan van CRPS.

Wat typisch is in deze fase:

  • Het getroffen lichaamsdeel voelt warm, rood en gezwollen aan.
  • De pijn is diep, brandend en constant.
  • Beweging of temperatuurverschillen maken de pijn erger.
  • De klachten zitten vaak verder van het oorspronkelijke letsel, bijvoorbeeld in de hele hand of voet.

Dit komt doordat er in deze fase nog veel ontsteking aanwezig is.

De “koude” fase (de latere, chronische fase)

Ongeveer een half jaar later verandert het beeld.

  • De ontsteking neemt af, maar de pijn blijft — vaak meer in rust.
  • De huid kan kouder, bleker of blauwachtig worden.
  • Spieren kunnen verzwakken of samentrekken (spasmen).
  • Huid, spieren en onderhuids weefsel kunnen dunner worden.
  • Botten onder het getroffen gebied kunnen ontkalken.
  • Haar- en nagelgroei verandert: soms sneller, soms trager, soms brozer.

In deze fase is het lichaam minder ontstoken, maar het zenuwstelsel blijft ontregeld, waardoor de klachten blijven bestaan.

Bewegingsproblemen

Bij CRPS kunnen problemen met bewegen in beide fasen voorkomen, maar om verschillende redenen.

In de beginfase (“warme fase”)

  • Het getroffen lichaamsdeel is vaak gezwollen en pijnlijk.
  • Daardoor durf je minder te bewegen, omdat je bang bent dat het nog meer pijn zal doen.
  • Deze angst om te bewegen heet kinesiofobie.

In de latere fase (“koude fase”)

  • De ontsteking neemt af, maar er kan fibrose ontstaan: het weefsel wordt stijver en harder.
  • Hierdoor wordt bewegen nog moeilijker, zelfs als je het wél probeert.
  • Dit kan leiden tot blijvende bewegingsbeperkingen.

Behandeling

Aangezien de klachten van CRPS ontstaan op basis van verschillende mechanismen, is ook de behandeling ervan multidisciplinair.

Paramedische behandelingen

Kinesitherapie

Kinesitherapie is één van de belangrijkste onderdelen van de behandeling van CRPS. Het doel is functioneel herstel: opnieuw leren bewegen, het getroffen lichaamsdeel gebruiken en de normale functie terugwinnen.

Wat kinesitherapie kan doen:

  • pijn sneller verminderen
  • zwelling en temperatuurverschillen doen afnemen
  • beweging verbeteren
  • helpen om het getroffen lichaamsdeel weer te durven gebruiken

Omdat CRPS in het begin vaak snel verandert, is het belangrijk om vroeg te starten met kinesitherapie.

Spiegeltherapie kan bij sommige mensen helpen om de pijn te verminderen. Het is een behandeling waarbij je een spiegel gebruikt om je hersenen te “misleiden”, zodat pijn en bewegingsproblemen kunnen verminderen.

Hoe het werkt:

  • Je plaatst een spiegel in het midden (bijv. tussen je armen of benen).
  • Het aangedane lidmaat zit achter de spiegel (uit zicht).
  • Je gezonde lidmaat staat voor de spiegel.
  • Je beweegt de gezonde kant terwijl je naar de spiegel kijkt.
  • Je hersenen zien een “normaal bewegende” pijnvrije arm/been — alsof de aangedane kant goed beweegt.

Dit kan de pijn, stijfheid en zwelling verminderen en de bewegingscontrole verbeteren.

Psychotherapie

Bij CRPS spelen vaak ook psychologische factoren mee, zoals:

  • stress
  • angst voor beweging
  • het omgaan met chronische pijn

Doorverwijzing naar een (pijn)psycholoog kan in deze gevallen nuttig zijn.

Behandelingen met medicatie

Ontstekingsremmers

  1. DMSO (zalf of crème): werkt als een ontstekingsremmer en antioxidant. Een antioxidant is een stof die je lichaam helpt om schadelijke moleculen (zogenoemde vrije radicalen) onschadelijk te maken.
  2. N‑acetylcysteïne: een antioxidant die het lichaam helpt schadelijke stoffen op te ruimen.
  3. Corticosteroïden (zoals prednisolon): zijn sterke ontstekingsremmers, die nuttig kunnen zijn in de acute beginfase, wanneer er nog veel ontsteking is.

Pijnstillers

  • Klassieke pijnstillers zoals Paracetamol (Dafalgan©) en Ibuprofen (Brufen©) gaan niet helpen bij CRPS.
  • Opioïden (sterke pijnstillers zoals morfine-achtige middelen) kunnen soms een tijdelijke rol spelen bij CRPS, maar alleen in specifieke situaties:
    • in de beginfase
    • wanneer er nog veel ontsteking is
    • om andere behandelingen, zoals kinesitherapie, beter haalbaar te maken

Atypische pijnstillers

Bij CRPS kan een deel van de pijn afkomstig zijn van zenuwschade. Dat heet neuropathische pijn. Dit kan ontstaan doordat:

  • kleine zenuwvezels beschadigd raken
  • zenuwen te weinig zuurstof krijgen
  • er een direct zenuwletsel is, zoals bij CRPS type 2

Omdat niet alle pijn hetzelfde is, kiest een arts soms voor specifieke medicijnen die werken op zenuwpijn. Dat zijn geen gewone pijnstillers, maar middelen die het zenuwstelsel helpen om minder gevoelig te reageren. Deze medicijnen werden vaak oorspronkelijk ontwikkeld om andere aandoeningen te genezen, zoals bijvoorbeeld depressies of epilepsie.

Voorbeelden van medicijnen zijn:

  • Amitriptyline (Redomex©)
  • Duloxetine (Cymbalta©)
  • Gabapentine (Neurontin©)
  • Pregabaline (Lyrica©)

Vasodilatatoren

Sommige patiënten met CRPS hebben vooral klachten door problemen met de bloedvaten, zoals:

  • temperatuurverschillen
  • kleurveranderingen
  • slechte doorbloeding

Dit heet het vasomotorische subtype.

In dat geval kunnen medicijnen die de bloedvaten verwijden soms helpen.

Voorbeeld:

  • Nifedipine

Spierverslappers

Bij CRPS kunnen sommige patiënten last krijgen van:

  • spierspanning
  • spierstijfheid
  • spasmen (onwillekeurige samentrekkingen)

In die gevallen kunnen spierverslappers helpen om de spieren te ontspannen en beweging minder pijnlijk te maken.

Voorbeelden:

  • Baclofen (Lioresal©)
  • benzodiazepines

Invasieve behandelingen

Behandelingen zoals infusen of andere ingrepen worden gebruikt als klachten blijven bestaan en gewone therapie niet genoeg helpt.

Infusen met bisfosfonaten

Bisfosfonaten zijn medicijnen die normaal gebruikt worden bij botontkalking (osteoporose). Ze remmen de afbraak van bot.

Voorbeelden:

  • alendronaat
  • pamidronaat

Bij CRPS‑I lijken ze te helpen omdat ze:

  • ontstekingsachtige processen kunnen verminderen
  • veranderingen in het bot kunnen verminderen

Daardoor kan de pijn afnemen.

Infusen met ketamine

Ketamine beïnvloedt bepaalde receptoren in de hersenen en het zenuwstelsel (NMDA‑receptoren). Daardoor:

  • wordt de pijnprikkel minder sterk doorgegeven
  • kan het zenuwstelsel tot rust komen
  • kan het lichaam uit een soort “pijncirkel” breken

Voor sommige aandoeningen, zoals CRPS, kan dit een groot verschil maken.

Uit onderzoek blijkt dat zo’n infuus merkbare pijnverlichting kan geven die tot wel 3 maanden aanhoudt.

Cervicale en lumbale sympathicusblokkades

Een sympathicusblokkade met een lokaal verdovend middel kan worden toegepast bij de behandeling van CRPS.

Bij CRPS van de arm wordt geblokkeerd:

  • het ganglion stellatum

Bij CRPS van de beenregio wordt geblokkeerd:

  • de lumbale sympathicusketen

Het ganglion stellatum is:

  • een kleine zenuwknoop in de hals
  • net boven het sleutelbeen
  • onderdeel van het sympathische zenuwstelsel
  • verantwoordelijk voor arm, hand, schouder en een deel van het gezicht

De lumbale sympathicusketen is:

  • een rij van kleine zenuwknopen
  • langs de wervelkolom in de onderrug
  • verantwoordelijk voor benen en voeten

Stimulatie van het dorsale wortel ganglion (DRG)

Het DRG is:

  • een kleine zenuwknoop vlak naast het ruggenmerg
  • de plaats waar pijnsignalen het ruggenmerg binnenkomen
  • een schakelstation dat beslist welke signalen worden doorgestuurd naar de hersenen

Bij DRG‑stimulatie:

  • plaatst men een klein elektrode‑draadje tegen deze zenuwknoop
  • geeft een neurostimulator milde elektrische prikkels
  • worden pijnsignalen overstemd of geblokkeerd

Ongeveer 70% van de patiënten reageert goed op deze behandeling.

DRG‑stimulatie lijkt te helpen doordat het:

  • overactieve pijnzenuwen dempt
  • remmende circuits in het ruggenmerg herstelt
  • doorbloeding en temperatuur in het aangedane gebied verbetert
  • bewegingsproblemen kan verminderen

Wilt u ook met minder pijn door het leven?